Pedagogisch klimaat

 

EEN GOED PEDAGOGISCH KLIMAAT KOMT NIET VANZELF     

“Beheerscht door een geheime angst, dat het gezag hun ontglipt, niet vertrouwd met het jonge leven, en er ook niet op vertrouwend, knellen ze, kwekelingen, Lighthartjonge onderwijzers en zelfs bovenmeesters, het zoo gauw en zoo vast mogelijk in banden. Het lijkt meer op het oefenen in vrijheidsbelemmeren. Dan blijven ze het meester, en kunnen er mee jongleeren als met een ingespeld bakerkind. Zelfs de politiek vat aldus de opvoedingstaak aan. Ze schrijft programma’s voor, legt systemen op, dwingt binnen organisaties, die evenwel meer lijken op dooie vlechtwerken dan op levensuitroeiingen, volgt het militarisme als hun model en zoekt eenvormigheid als hun ideaal. Organiseeren beteekent bij hen: recruteeren, reglementeeren, disciplineeren, regimenten-, bataljons-, legermachten vormen. En opvoeden is: den baas spelen.”.

Pedagogisch klimaat

Zo beschrijft Jan Ligthart in “Jeugdherinneringen” zijn eerste ervaringen als kwekeling binnen het lager onderwijs. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Jan Ligthart gaf duidelijk zijn afkeer weer van de manier waarop toen werd lesgegeven. Belangstelling wekken was volgens Ligthart de hoofdzaak bij iedere geestelijke ontwikkeling. Hij liet de kinderen veel zelf doen en meebeslissen. Met deze vrijheid was verantwoordelijkheid verbonden: het werk moest afgemaakt worden, de vrije tijd zinvol besteed worden. Hij nam liever pedagogische maatregelen die positief werkten, dan te straffen.

Eigenlijk was Jan Ligthart zijn tijd ver vooruit en probeerde hij al de nodige aandacht te schenken aan een goed pedagogisch klimaat. En wat dat betreft, is er misschien niet eens zoveel nieuws onder de zon. Iedere leerkracht en opvoeder weet dat in een rijke en warme omgeving een kind zich beter zal kunnen ontwikkelen, dan in een omgeving waar onrust, onveiligheid en afgunst hoogtij vieren. Als team van een basisschool hoop je het eerste te kunnen realiseren, want een optimale ontwikkeling van elk kind staat voor alle onderwijsgevenden toch voorop? Echter een klimaat scheppen, waarin elk kind die optimale ontwikkeling kan krijgen, gaat niet vanzelf. Daar is meer nodig, dan alleen maar een paar goed willende leerkrachten.

Begripsomschrijving pedagogisch klimaat

Het pedagogisch klimaat betreft de werk- en leefomgeving binnen de schoolhekken/muren voor kinderen in het bijzonder, leerkrachten, maar ook ouders. De overheid heeft het belang van een goed pedagogisch klimaat eveneens ontdekt. We hoeven alleen maar te kijken naar het Integraal Schooltoezicht, dat sinds 1998 wordt uitgevoerd door de inspecteurs van het basislerenonderwijs op de scholen. Naast de kwaliteitszorg is het beoordelen van het pedagogisch klimaat en de sociale veiligheid van elke bezochte school een ‘hot’ item. De overheid neemt haar taak zo serieus, dat er heuse indicatoren zijn ontwikkeld om dit klimaat en die veiligheid in kaart te kunnen brengen. Zelfs leerlingen uit de bovenbouw worden gevraagd naar hun bevindingen. De interesse voor het pedagogisch klimaat is echter niet zo vreemd. De samenleving heeft de laatste decennia heel wat veranderingen ondergaan en er gebeurden vaak schokkende dingen. Die veranderingen hebben eveneens hun invloed gehad op school en gezin. De traditionele gezinsvorm, waar vader buitenshuis werkt en moeder door de weeks de kinderen voor een groot deel opvoedt en de huishouding verzorgt, komt steeds minder vaak voor. Dergelijke gezinnen worden tegenwoordig wel eens met een zeker wantrouwen bekeken, of men heeft een niet uitgesproken medelijden met de moeder, omdat zij zich niet kan ontplooien. Veel gezinnen bestaan tegenwoordig uit ouders, die beiden de hele week of een gedeelte daarvan (moeten) werken. Kinderen gaan al snel naar de peuterspeelzaal, of de crèche. Het gezinsleven wordt voor een groot deel bepaald door een zeer strak tijdschema. Een kapot gevallen fles op de keukenvloer of een overgevend kind op de vroege ochtend kan al heel veel stress bij ouders veroorzaken en leiden tot paniekreacties. Dit moet zeker niet als een waardeoordeel over het hedendaagse gezin opgevat worden. Ook in het traditionele gezinnen werd geblunderd:  een te autoritaire vader en te volgzame moeder bieden kinderen eveneens een verkeerd beeld, hoe samen-leven  zou moeten. Maar het zou wel goed zijn ons te realiseren wat belangrijker en waardevoller is in ons leven: een mooie carrière en een prachtig huis, of een gelukkig opgroeiend kind, dat die aandacht en warmte krijgt die het nodig heeft. Elk kind, hoe groot of beperkt zijn of haar mogelijkheden zijn, heeft eigenlijk maar behoefte aan een paar elementaire dingen in zijn omgang met volwassenen: genegenheid en liefde, warmte en geborgenheid, respect en eerlijkheid, interesse en stimulans tot ontwikkeling. Zijn we als opvoeders in staat die aspecten te realiseren, dan zal een kind zich beter ontwikkelen en zullen grote problemen op de weg naar volwassenheid uitblijven. Elke leerkracht moet zo’n klimaat weten te creëren dat bovenal ondersteunend en uitdagend is. Pas dan zal een kind zich goed kunnen ontwikkelen.

Waarden en normen 

Waarden en normen spelen in dit alles een grote rol. Ze kunnen tevens middels regels , afspraken en een anti-pestprotocol vertaald worden naar de praktijk van alledag. Op een christelijke basisschool  worden deze waarden en normen mede, of misschien wel juist bepaald door de levensbeschouwelijke identiteit. Hebben ouders vanwege de identiteit gekozen voor de school, dan zal er waarschijnlijk eerder overeenstemming zijn tussen school en gezin. Voor kinderen zijn deze dan ook herkenbaar. Ze zullen ze eerder in staat zijn deze zich eigen te maken. Hebben ouders echter uit praktische overwegingen voor de school gekozen, dan kunnen er verschillen ontstaan tussen beide ‘culturen’.  Kinderen zullen zich soms ‘heen-en-weer’ geslingerd voelen. Wij leren de kinderen bijvoorbeeld, dat ze bij een ruzie niet moeten slaan en schoppen, of voor ‘eigen rechter’ moeten spelen. Een kind reageert echter wel eens, na een opmerking van een leerkracht over zijn of haar gedrag: “Van mijn vader moest ik terug slaan.” Ook merk je dat kinderen bepaalde gedragingen en uitspraken mee naar school nemen. Soms zijn deze duidelijk in strijd met ‘onze’ waarden en normen ( we accepteren niet dat er gevloekt wordt, of dat er kwetsende taal wordt gebruikt, of gediscrimineerd wordt). Juist dan wordt het belangrijk, dat je als school duidelijk bent in het naar buiten brengen van je waarden en normen. Niet om als een politieagent op te treden, maar vooral omdat ze belangrijk zijn voor een goed pedagogisch klimaat binnen de groepen en de school. Daardoor zullen kinderen  beter in staat zijn elkaar op een positieve manier te corrigeren.

Struikelblokken

Het verbeteren van het pedagogisch klimaat gaat niet vanzelf. Nog minder is het een zaak van een enkeling, of een enthousiast deel van het team. Wil een dergelijke aanpak echt zoden aan de dijk zetten, dan moet het een zaak zijn van het gehele team. Als team zul je je pedagogisch klimaater openlijk voor moeten uitspreken wat voor een school je wilt zijn. Zoiets moet uitmonden in een algemene doelstelling (om de komende jaren aan te werken) en een gezamenlijke missie. Naast allerlei achtergrondinformatie kan een team besluiten een (nascholings-) cursus hiervoor te volgen. Het uitvoeren van diverse opdrachten in de eigen groep kan er voor zorgen, dat men al vast enige ervaring opdoet. Ook mag men er van uit gaan dat diverse activiteiten rond het bevorderen van het pedagogisch klimaat vragen om een structurele aanpak ervan, eventueel met behulp van één van de vele methoden die er op de markt zijn. Ondanks allerlei pogingen van scholen om daadwerkelijk het pedagogisch klimaat te verbeteren kunnen er tegenwerkende krachten zijn. Deze kunnen enerzijds veroorzaakt worden door mensen ( collega’s, ouders, kinderen), anderzijds kunnen externe factoren ( werkdruk, regels en opdrachten van de overheid) storend of remmend werken. Het is een illusie te denken dat bij een verandering of vernieuwing alle teamleden direct enthousiast zijn en daadwerkelijk in staat zijn de theorie in praktijk te brengen. Een klein deel zal zeker zeer gemotiveerd aan het werk gaan. Een groter deel oordeelt wat terughoudender en stelt, dat men het eerst nog maar eens allemaal moet zien. Er zal echter ook een klein deel van het team zijn, dat negatief oordeelt en het helemaal niet ziet zitten, of allemaal onzin vindt. Dergelijke remmende krachten moeten serieus genomen worden. Door onder andere goede informatie, klassenbezoeken van leerkrachten bij elkaar, inhoudelijke discussies in het team, goede afspraken en zinvolle ondersteuning door externe deskundigen kan men veel van deze weerstand hopelijk opheffen. Uiteindelijk zal elk teamlid zich moeten richten op de missie die we ons gezamenlijk ten doel hebben gesteld, namelijk: “We willen een school zijn waar alle leerlingen, ouders en leerkrachten zich veilig en geaccepteerd voelen.”
Ouders zullen in dit verhaal niet buiten spel gehouden moeten worden. Als de school echt een school wil zijn, waar allen zich veilig en geaccepteerd moeten voelen, dan moeten ouders er altijd bij betrokken worden. En zij hebben daar ook alle recht toe: hun kinderen worden ons toevertrouwd. Informatie via de schoolkrant, nieuwsbrieven, gespreksavonden, spreekuren, ouderavonden, ouderparticipatie en ideeënbussen zijn goede mogelijkheden om de betrokkenheid van ouders bij het schoolgebeuren te vergroten.

Pedagogisch klimaat alles waard

Scholen zullen merken dat, wanneer de ouders vaker en beter in staat zijn ‘een kijkje in de onderwijskeuken te nemen’, de relatie tussen school en gezin verbetert. Door met elkaar te communiceren leert men elkaar beter kennen en waarderen. Als men daar gezamenlijk in slaagt, zal het pedagogisch klimaat niet alleen stimulerend en uitdagend zijn voor de leerlingen, maar zeker ook voor leerkrachten en ouders. En dat is alleszins de moeite waard.

© Peter van Heiningen, 2015

Share Button
Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *