Zinloos geweld

 

In dit artikel aandacht voor opvoeding en zinloos geweld.

Opvoeding en Zinloos Geweld

De laatste jaren wordt opnieuw veel aandacht besteed in de media aan geweld en dan in het bijzonder zinloos geweld.  Slachtoffers daarvan worden massaal herdacht en stille tochten moeten uiting geven aan de emoties en woede die bij velen ontstaan. Er wordt gediscussieerd hoe we normvervaging kunnen tegengaan en hoe de geweldsspiraal doorbroken kan worden en deskundigen buigen zich met de nodige bewogenheid over dit probleem van onze moderne samenleving. Tegenwoordig is het ook in om te spreken over ‘waarden en normen’ en te roepen dat het de hoogste tijd wordt onze jeugd weer normbesef bij te brengen en op te voeden binnen een verantwoord waardenpatroon. Vooral scholen zouden daar een grote rol bij moeten spelen. Politici, Nederlandse vips’ en opvoeders roepen dat het juist daaraan schort. En zo op het eerste gezicht lijkt het alsof men gelijk heeft. Maar als we dieper daarover nadenken, dan zouden de oorzaken ergens anders kunnen liggen.

opvoedzaken: www.petervanheiningen.nl

Kinderen plannen

Tegenwoordig plannen we kinderen, we krijgen ze niet meer, want we willen toch eerst een huis en een mooie carrière? Pas daarna richten we ons op onze partner en op onze kinderen. En als we dan eindelijk kinderen hebben, dan zoeken we weer oppas bij opa, of oma, of de buren.
Het straatbeeld biedt ook een ander beeld dan weleer: de moderne kinderwagen vervoert onze baby’s met het gezicht van ons af; we brengen onze jongsten naar de peuterspeelzaal, de voor- en naschoolse opvang, zodat ze vaak van 7.00u. tot 18.00u. niet thuis zijn. En tenslotte willen we ons als parttime ouder bezig houden met de opvoeding van onze nakomelingen, die ons bijna niet meer kennen. Hierdoor hebben we niet echt goed zicht meer op wat onze kinderen ervaren, beleven, waarnemen, lezen, horen of doen. En dan vragen we ons nog af hoe het komt dat onze jeugd zich verveelt, misdraagt, de buren mishaagt en in het ernstigste geval zich te buiten  gaat aan vandalisme en geweld. Zeker, het hier boven gestelde is wat gechargeerd, maar toch geeft het wellicht de omvang van het probleem aan.

De opvoeding

‘Een waardevrije opvoeding is een waardeloze opvoeding’ zo stelt A. Beekman in zijn stellingen over opvoedingswetenschap. In elke opvoeding en na elke opvoeding kan gevraagd worden wat er terecht is gekomen van de opvoeding in waarden. We kunnen daarbij onder meer denken aan zaken als eerlijkheid, wederzijds respect, gelijkwaardigheid, betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid, gehoorzaamheid, eigenwaarde en zelfkennis. Opvoeders hebben de morele plicht om zich geheel in te zetten voor de kinderen die hen zijn gegeven, zijn toevertrouwd, waarvoor ze de volledige verantwoordelijkheid dragen. In de levensperiode waarin de opvoeding plaats vindt, voltrekt zich eveneens het proces van toenemende zelfstandige bepaling en vormgeving van de waarden die het zich ontwikkelende en opgroeiende kind  heeft leren kennen of heeft ontdekt. Waarden beperken zich niet tot de morele waarden, maar eveneens bestrijken ze eigenschappen als motivatie en bekwaamheid, die de opvoeder benut voor de opvoedeling. Waarden moeten in de opvoedingssituatie aangeboden en beleefd worden.  De jonge mens zal die door de opvoeder aangeboden waarden willen begrijpen en kunnen vertalen naar zijn eigen leefwereld.

opvoeden: www.petervanheiningen.nl

“Och, kijk eens wat íe nou doet”, roept een jonge moeder opeens verheugd als ze ziet hoe haar zoontje van drie de kat van de buren bij de staart grijpt en ermee rond gaat slingeren.
“Nou, mijn vader zei, dat ik terug mocht slaan, als ze me plagen”, riep Jantje uit groep 4 , nadat de meester hem vroeg waarom hij zijn klasgenoot een dreun gaf.
Of een minister die in het openbaar zegt: “Ik zou ze een rotschop geven en zeker niet als toeschouwer niets doen”.
Of de krant kopt: “Conducteur in elkaar geslagen door zwartrijder!”
Of we kijken met de nodige interesse naar zogenaamde reality-programma’s, waarbij we getuige kunnen zijn van wilde achtervolgingen, arrestaties, overvallen en andere ‘boeiende’ gebeurtenissen.
Dergelijke beelden  komen ons niet vreemd voor. De media, de bladen, de kranten, de propagandaspeeches confronteren ons regelmatig met ervaringen van bovengenoemde aard. Zo zal ook de jeugd kennis nemen van wat er om hen heen gebeurt en ze zal deze moeten verwerken. Pas dan wordt het mogelijk er een oordeel over te hebben, waardoor men richting kan geven aan zijn of haar waarden en normen.

Doos met deugden en zinloos geweld

Is er dan veel veranderd in vergelijking met vroeger? Volgens Philippe Arles, die de opvoeding uit de middeleeuwen nauwkeurig bestudeerde, zijn er overeenkomsten : “de notie van het kleine kind was tot ver in de middeleeuwen onbekend. Een ‘sentiment de l’enfance’ bestond nog niet. Het kind werd niet in zijn eigenheid onderkend. Zodra het kind zonder de voortdurende zorg van moeder, min, of baker kon, behoorde het tot de leefwereld van de volwassenen en werd het als zodanig behandeld. Aandacht voor waarden en normen had men niet meer.”

Erasmus schrijft in één van zijn werken dat de natuur het kind de neiging heeft gegeven na te bootsen en na te volgen, na te praten, het overige doen en laten van ouderen proberen na te volgen. Hierdoor wordt het volgens hem voor ouders mogelijk waarden en normen voor te leven. Maar evenzo vaak kan dat natuurlijk negatief uitpakken. En doet de jeugd van tegenwoordig niet veel na van wat men de volwassenen ziet doen, of dat nu op straat is op de tv?

Lea Dasberg onderstreept in “Meelopers en dwarsliggers” dat gehoorzaamheid in de opvoeding een belangrijke eigenschap is. Deze raakte echter als deugd in de IIe WO in diskrediet. Gehoorzaamheid aan de vijand en een soort van kadaverdiscipline bij velen zorgden voor een negatieve bijsmaak. Mede daardoor heeft de pedagogiek decennia lang het gehoorzaamheidsprobleem geschuwd en daarmee tevens de hele  morele opvoeding buiten de discussie gehouden. Gehoorzaamheid werd als een vorm van indoctrinatie beschouwd, men vond vooral dat kinderen zelf hun waarden en normen moesten leren te bepalen en dan zou alles vanzelf beter worden.

Morele opvoeding en Zinloos geweld

Gelet op alle gebeurtenissen van de laatste jaren rondom bijvoorbeeld ‘zinloos geweld’ kan gesteld worden dat de opvoeding in waarden en normen weer in de belangstelling staat.
Het is dan ook van groot belang dat ouders, opvoeders en overheden gezamenlijk bepalen hoe de opgroeiende jeugd geholpen kan worden bij het leren begrijpen van waarden en normen en dat ze in staat worden gesteld deze te gebruiken in de voor hen voorkomende situaties.
Voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs houdt dat wel in dat men zich moet realiseren dat deze abstracte zaken voor de klas geoperationaliseerd moeten worden in concrete situaties. Zo moeten ook waarden en normen als gelijkheid voor de wet, vrijheid van meningsuiting, openbaarheid etc. geoperationaliseerd worden in eigenschappen, of ouderwets gezegd in deugden die deze zaken moeten verwezenlijken; deugden als moed, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en opofferingsgezindheid zullen moeten worden voorgeleefd, meegeleefd en ervaren worden. Een leraar die eerlijkheid van zijn leerlingen verwacht dient zelf die eerlijkheid te hanteren. Willen we dat kinderen zich verantwoordelijk voelen voor elkaar, dan zal een leraar zijn leerlingen moeten laten voelen dat hij dat ook is voor hen.  Morele opvoeding is bij dit alles van groot belang. Maar alleen vertellen wat goed en kwaad is onvoldoende. Daarentegen heeft het geen zin kant en klare oplossingen te geven. Beter is het de kinderen vooral de mogelijkheid bieden zich te verdiepen in vragen en situaties waarbij de moraliteit naar voren komt. Zo is het goed om met leerlingen over dergelijke deugden, waarden en normen te praten vanuit de praktijk van alle dag op basis van gelijkwaardigheid.

opvoedvoedzaken: www.petervanheiningen.nl

De schoolsituatie

Moeten leraren er maar in berusten dat ze dagelijks te maken hebben met ideologische vreemdelingen, aan wier woorden en daden ze zich zullen ergeren en die in strijd zijn met alles wat ze juist waardevol achten?
Docenten hebben zowel het recht als de plicht om waarden, ideeën en persoonlijke overtuigingen niet uit de weg te gaan. Het gebruik van macht en gezag daarbij moet worden afgeraden, omdat dat een verkeerde basis is voor juist het bijbrengen van waarden en normen. Het is van belang dat de opvoeder en dit geval de leraar werkt volgens vier grondbeginselen. Zo moet hij ervan overtuigd zijn dat het kind wil veranderen en zorgt hij er voor dat hijzelf voldoende is voorbereid en dat hij beschikt over de nodige feiten, informatie en gegevens van wat er anders moet. Vervolgens gaat de leraar er verstandig mee om: gedoceerd en beknopt. Tenslotte blijft de verantwoordelijkheid van het al dan niet aanvaarden van de veranderingen bij de leerlingen. Je moet vooral aan kinderen laten zien wat je als opvoeder te bieden hebt. Kinderen moeten leren in te zien dat ze bij eventuele problemen daar van kunnen profiteren. Zinloos geweld is overbodig.

Een andere goede mogelijkheid is te laten zien, te laten merken welk gedrag je voor ogen staat. Dus niet stellen: “Jullie moeten doen wat ik zeg”. Als je eerlijkheid op prijs stelt, dan moet jezelf naar de leerlingen eerlijk zijn. Als je netheid van je klas verwacht, dan moet je eigen gedrag daar door gekenmerkt worden. Sta je democratische principes voor, dan moet je geen autoritair gedrag vertonen.

In dit alles is het belangrijk dat je de relatie met je leerlingen goed houdt. Leerlingen zijn  uiterst alert op alles wat een docent doet, zegt en draagt. Een docent stelt zich hierdoor wel kwetsbaar op, want hij of zij stelt zich dag in, dag uit aan zijn leerlingen ten toon.

Lerende ouderen

Hoewel het werk in het onderwijs gezien wordt als een middel om zich in dienst te stellen van de groei en ontwikkeling van kinderen, wordt dit maar al te weinig beschouwd als een activiteit die verbeterd zou kunnen worden door de groei en de ontwikkeling van de leraar zelf als persoon. Ook volwassenen kunnen iets leren van de vernieuwende ideeën van de jeugd. En misschien is de zogenaamde gelijkmoedigheid wel één van de belangrijkste morele eigenschappen die een opvoeder, een docent zou moeten bezitten: de gelijkmoedigheid om te kunnen accepteren wat toch niet te veranderen is. Reinold Niebuhr omschrijft in het onderstaande gebed deze gelijkmoedigheid:

“God, schenk me de gelijkmoedigheid om de dingen die ik niet kan veranderen te accepteren en de moed te veranderen wat ik kan, en de wijsheid om het onderscheid daartussen te kunnen maken”.

Peter van Heiningen©2015 (mail: info@petervanheiningen.nl)

Share Button
Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *