Gedragsproblemen

 

“Iedereen is rustig aan het werk. Behalve Bertje. Hij verveelt zich. Meester Frits zit achter zijn bureau en kijkt de dicteeschriften na. Opeens vliegt er een propje door de klas, precies in de nek van Linda. Ze slaakt een gil. Iedereen kijkt verschrikt op. Meester Frits ook. Hij springt op en loopt naar Bertje toe en pakt hem bij de kraag. Al schreeuwend en druk gebarend zet hij Bertje buiten de deur. De hele klas is in diep stilzwijgengehuld. Men kan een speld horen vallen. Dan, alsof er niets gebeurd is, zet meester Frits zich weer achter zijn bureau en hervat zijn correctiewerkzaamheden. Gedragsproblemen?”

Gedragsproblemen

Het bovenstaande schetst een beeld dat voor menigeen, werkzaam in het onderwijs, misschien herkenbaar is. De een reactie zal denken: “Wat een vervelendgedragsproblemen: www.petervanheiningen.nl jong.” Een ander zal wellicht met weemoed terugdenken aan zijn eigen lagere schooljeugd. En een derde zal stellen dat de schooljeugd moeilijker is dan vroeger. Maar wie denkt: “’t Zal je leraar maar wezen?”
Kinderen met gedragsproblemen zijn (mede-)bepalend voor de sfeer en het pedagogisch klimaat in een groep. Maar als leerkracht weet je lang niet altijd wat je er aan moet doen, of hoe je er mee om moet gaan. Heeft een kind moeite met rekenen, dan zijn we allemaal wel in staat door middel van extra begeleiding dat kind te helpen. Een kind met spraakproblemen krijgt logopedie en een leerling met een matige fijne motoriek geven we een speciale pen. Een leerling die niet zo goed kan zien zetten we dichtbij en recht voor het bord en een leerling die nogal groot is voor zijn/haar leeftijd krijgt een ‘meegroeiset’. Nee, wat die zaken betreft, weten we precies wat we moeten doen. Dergelijke problemen leveren nauwelijks nog problemen op.
Maar als het om kinderen gaat met gedragsproblemen, dan zitten we vaak met de handen in het haar. In het ernstigste geval leidt probleemgedrag van een kind tot zulke spanningen dat de groep er zichtbaar onder leidt. Ouders komen verontrust eens poolshoogte nemen of er niet wat gedaan kan worden, nadat het zogenaamde ‘hekgesprek’ uitvoerig heeft plaats gevonden.
En dan spreken we nog maar niet over de juf of de meester. Deze professional begint langzamerhand te twijfelen aan zijn/haar capaciteiten en ervaring. Dagelijks moet hij/zij zich er toe zetten om het toch maar weer te proberen.

Oorzaken gedragsproblemen

Als we recente onderzoeken serieus nemen dan blijkt zo’n 28% van alle basisschoolleerlingen last te hebben van gedragsproblemen.. In een groep van 30 leerlingen houdt dat in dat een kleine acht kinderen kampt met gedragsproblemen Daarbij zijn deze problemen vaak zeer complex. Een leerkracht mag dan wel uit geweldig goed hout gesneden zijn als hij/zij daar dagelijks op verantwoorde wijze mee weet om te gaan. De eerste vraag die we kunnen stellen is: Hoe ontstaat probleemgedrag?

Om deze vraag objectief te kunnen beantwoorden is het van groot belang dat we niet alleen naar het kind kijken als het gaat om oorzaken. Ook ons eigen handelen, de eigen persoon (als leerkracht) mogen we niet uitsluiten. Iemand die erg autoritair is en hoge eisen stelt aan zijn/haar leerlingen kan een sfeer in de groep brengen die gekenmerkt wordt door competitie en jaloezie. Een leerkracht die niet consequent is in het handelen naar kinderen toe roept onheil over zich af. De leerlingen nemen hem/haar niet meer serieus. Leerkrachten die een duidelijke voorkeur hebben voor bepaalde kinderen en een zekere afkeer voor anderen dragen er toe bij dat het klimaat in de klas in oprechtheid en warmte afneemt. Leerkrachten zullen in hun groep zo’n pedagogisch klimaat moeten scheppen dat alle kinderen ( geen enkel kind uitgezonderd) zich veilig voelen. En kinderen willen er bovenal bij horen. Als we als leerkracht daar in slagen, dan hebben we al veel bereikt.

gedragsproblemen: www.petervanheiningen.nlAls we dat hebben bereikt en bepaalde kinderen vertonen dan nog probleemgedrag, dan zullen we een dergelijke leerling in ieder geval goed moeten observeren. De oorzaken voor probleemgedrag zijn nogal divers. Oorzaken kunnen we onder meer zoeken in de specifieke gedragskenmerken van kinderen. Zo zijn structuurzwakke kinderen, op basis van hun cognitief disfunctioneren, niet in staat hun wereld te analyseren. Ze kunnen daarom ook niet goed anticiperen. Sociaal zijn ze vaak ernstig gehandicapt. Ze vragen om situaties en structuren waarmee ze kunnen omgaan.

Oorzaken gedragsproblemen

Het emotioneel disfunctionerende kind voelt zich angstig, is teruggetrokken en vraagt vooral om liefde en begrip. Toch kan dit kind lastig zijn, zeuren en soms zo vervelend zijn, dat je bijna ‘uit je vel springt’. Enige ruimte en vrijheid streeft dit kind na. Daarnaast zijn er emotioneel disfunctionerende kinderen die zeer agressief reageren. Vaak zijn ze ook chaotischer. Het kind wil meer duidelijkheid en structuur. Maar tevens vraagt het liefde en begrip.
Ook kan een van de oorzaken van probleemgedrag bij leerlingen zijn dat men op school of in de klas in sociaal, affectief en cognitief opzicht andere eisen en bepalingen krijgt voorgeschoteld dan men thuis gewend is. School en thuis sluiten niet op elkaar aan. Het gedrag van deze kinderen vormt dan een probleem voor het kind zelf, maar ook voor zijn of haar omgeving.
De oorzaak kan eveneens in de thuissituatie liggen: Ernstige ziekte, een sterfgeval, huwelijksproblemen van de ouders, enzovoort kunnen (tijdelijke) gedragsproblemen veroorzaken bij een kind. En een kind dat in zijn of haar vroege (voorschoolse) jeugd ernstig is getraumatiseerd is niet meer in staat om de gehele dag normaal acceptabel gedrag te vertonen.

De omgeving waarin het kind verkeert kan er toe bijdragen dat het kind zich niet prettig voelt. Zijn/haar reactie is dan probleemgedrag. Een kind dat zich niet goed kan concentreren kan zich vervelend gaan gedragen. Een kind dat faalangstig is of zich niet opgenomen weet in de groep zal kunnen vervallen in negatief gedrag naar anderen toe. Tenslotte kunnen de oorzaken liggen in de lichamelijke toestand van een kind. Een kind dat te weinig slaap krijgt, of onregelmatig tot rust komt, of vaak ziek is kan in beginsel probleemgedrag gaan vertonen.

Oplossingen gedragsproblemen

Indien een leerkracht in staat is niet die fouten te maken die hierboven genoemd werden, is men al aardig op weg om een boel leed te voorkomen. Maar daarmee zijn we er nog niet. Willen we dit probleem echt serieus nemen, dan moet een kinderendergelijke problematiek structureel aangepakt worden. Het observeren en registeren van het gedrag van kinderen (bijvoorbeeld met behulp van een leerlingvolgsysteem voor gedrag) is een prima middel om de nodige informatie op gestructureerde wijze te verzamelen. Eveneens moge duidelijk zijn dat daar in niet een bepaalde vrijheid bestaat, zo van: “Ik zie dat niet zitten, dus doe ik daar niet aan mee”. Een school bestaat uit een aantal groepen die in een duidelijke relatie met en voor elkaar staan. Niemand mag zich het recht geven “een koning te zijn in zijn eigen kleine rijkje!”

Omgaan met probleem gedrag en het oplossen ervan is een zaak van allen, van de gehele school. Indien een school in staat is om hier daadwerkelijk mee om te gaan zal dat het pedagogisch klimaat ten goede komen. En een goed pedagogisch klimaat is niet alleen goed voor de leerlingen, maar eveneens voor de personeelsleden. Zo snijdt het mes aan twee kanten: beide groeperingen zullen daar hun voordeel mee doen. Ouders zullen dan met recht zeggen: “Die school, dat is een fijne school. Onze kinderen gaan er met plezier naar toe”.

Als opvoeder is het van belang dat men een open houding heeft naar alle kinderen toe. Kinderen mogen van ons een professionele houding verwachten. Het is niet goed onze eigen problemen of ergernissen af te reageren op kinderen. We zullen onze leerlingen vooral positief moeten begeleiden en stimuleren in hun werk en ontwikkeling. Daarnaast zijn er een aantal factoren die een negatief of positief effect kunnen hebben op het gedrag van kinderen. Zo is de klassenindeling medebepalend voor de sfeer. Snel afgeleide kinderen zijn gebaat bij een rustige en prikkelarme leeromgeving.
Andere kinderen hebben juist weer baat bij een verrijkte leeromgeving, zodat ze tot leren gestimuleerd worden. Soms passen bepaalde kinderen (vanwege hun karakter) minder goed naast elkaar. Te gemakkelijke of te moeilijke stof moet voorkomen worden. Structuurarme kinderen worden chaotisch bij te veel zelfstandigheid. De diversiteit van de problematiek rond probleemgedrag moge duidelijk zijn. We hebben dan ook geen keuze van of..of, maar moet ons handelen gericht zijn op en ..en.

School en gezin en gedragsproblemen

Wil ons moeilijke, maar toch ook vaak mooie werk succes hebben dan zullen we als school en gezin niet langs elkaar heen en apart moeten werken. Willen we dergelijke problemen echt oplossen dan hebben we elkaar nodig. Beiden moeten aan hetzelfde doel werken: de persoonlijke ontplooiing van hun kind(eren). Beiden, school en thuis,  moeten in dat proces betrokken worden. School en gezin participeren  in de opvoeding van het kind en de kinderen en zijnplein niet elkaars tegenpool. Er zijn tal van mogelijkheden om de samenwerking tussen gezin en school te vergroten. Men kan onder meer denken aan de volgende mogelijkheden: open dagen, informatieavonden, workshops voor ouders, nieuwsbrieven, een klassencontactouder, een gezinsdag, een maandelijkse koffiemorgen, een spreekuur op school voor ouders met opvoedingsvragen, een lectuurtafel, een vragenrubriek in de schoolkrant, ouders in de school voor niveaugroepen, enzovoort.

Zo kan men in gezamenlijkheid werken aan een pedagogisch klimaat ( zie ook ander artikel van mij  hierover) waar men allebei achter staat. Waarden en normen van de gezinssituatie en de school zullen op elkaar aan moeten sluiten. Het behoort de verantwoordelijkheid van de ouders om zich hier voor in te zetten. Het is de taak van de school de ouders daar bij te betrekken. Zo kan de school meeleven met wat thuis gebeurt en andersom tonen ouders interesse voor het werk van hun kind(eren) en voor de school. Dat alles moet in alle openheid gebeuren, op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Pas dan kunnen we spreken van een school waar men recht doet aan allen.

Share Button
Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *