Vieren

In “Vieren” staan gedichten en gebeden die ie maken hebben met mooie, kostbare en gelukkige momenten in ons leven als Christen. We mogen dan samen met onze Schepper zo’n moment vieren.

Vieren

Zijn Reis

Voetstappen in het zand,
zwervend door een vijandig land,
doorleefd en doorwrocht
soms overmand door verdriet,
de Hemel lijkt ver weg,
voor het bloed dat Hij vergiet.

De tocht lang en eindeloos
twaalf leerlingen die Hij koos,
onbegrepen en geliefd
maar toch ook bedrogen
de Hemel lijkt dicht
Tranen staan in Zijn ogen.

Het einde der tijden lijkt nabij,
Hij maakt de mensen vrij
bespot en geslagen
veroordeeld aan het kruis
de Hemel gaat nu open
Jezus mag naar Zijn Vader Huis.

Een wolkje als een mans hand

Geen enkel mens vergeet de zorgen,
ontkent de problemen in zijn leven,
die van de avond tot de morgen
in zijn ziel lijken te zijn geschreven.

Geen enkel mens ontdekt Zijn Hand,
herkent Zijn liefde voor ons allen,
als we door verdriet zijn overmand
en we tot wanhoop zijn vervallen.

Geen enkel mens vertrouwt op God,
ervaart Zijn trouw voor elk mensenkind,
als ziekte, pijn, hoon en spot
en de twijfel het van ons wint.

Pas als we Zijn Woord goed lezen,
en de zin begrijpen van ons bestaan,
is Zijn redding waarachtig bewezen,
en mogen we tot Onze Vader gaan.

Als een wolkje als een mans hand zo klein,
zo begint voor ons Zijn Verlossing oprecht,
mogen we bij God de Vader zijn,
dat heeft Jezus ons gezegd!

Vrijheid

Vrijheid is ruim denken
Vrijheid is geven aan een ander
Vrijheid is niet oordelen
Vrijheid is geweldloos
Vrijheid is liefde geven
Vrijheid is de kunst van vergeven
Vrijheid is je geloof belijden
Vrijheid is doen wat Jezus deed

cropped-0007.png

Mijn weg als pelgrim

Verlaten en alleen,
niemand om mij heen,
geen bezit,
slechts de kleren, die mij omhullen,
slechts mijn ogen,
mijn oren en mijn huid,
mijn eigen lijf,
slechts de herinneringen,
aan eens,
aan alles,
wat belangrijk was,
slechts gedachten,
van vroeger,
als slierten van mist.

Op weg naar U,
de heilige reis,
als ontmoeting met de mens,
met mij in ootmoed,
met U,
mijn Schepper,
ik twijfel,
angste bekruipt mij,
of ik dit wel kan,
toch weet ik,
geloof ik oprecht,
dat U mij ziet,
mij leidt,
mij gadeslaat,
mij leidt
op de weg,
die ik moet gaan,
zodat ik zitten mag
aan Uw Voeten
en mag eten uit Uw Hand,
Mijn Here,
Ik dank U daar voor!

Geloven is

Geloven
mijn hart
in Jezus Christus
Hij geeft mij kracht
Amen

Knielen
voor Hem
mijn zonden belijden
God wil ik danken
Eeuwigheidsleven

Ik zag twee wegen

Mijn gesloten ogen zagen eens twee wegen,
vanaf geboorte tot het einde van het leven,
bewandeld door duizenden mensen,
elke wandelaar met zijn eigen wensen.

Duizenden voeten gingen over de brede weg,
gelach en blijheid, hun geluk leek een zegen.
De smalle weg werd door enkelen slechts betreden,
het kostte hen moeite en vaak zat t tegen.

Ik schrok, ik zag het eind van de brede weg,
een poel van vuur, onontkoombaar voor hen,
die dit pad uit gemak maar bleven gaan,
steeds verder van de Messias vandaan.

Aan het eind van de smalle weg was Licht,
helder en stralend, een verrukkelijk gezicht,
met een Gouden Stad, zo heilig en zo schoon,
’t was voor deze wijze volgers hun geschonken loon.

Zij zagen eerder langs de weg op tijd Het Kruis,
zij zagen het Lam Gods en knielden eerbiedig neer,
vroegen om vergeving en dankten de Heer,
om zo te mogen gaan in hun Vaders’ Huis.

Afbeelding3

Zalige Kerst

Denkend aan Kerst zie ik een pasgeboren Kind,
gewikkeld in doeken en liggend in wat stro.
Zie ik flarden van beelden
van de wereld vol ellende om me heen.
Kijk ik naar ouders belast met zorgen
over de toekomst van hun Zoon.
Aanschouw ik flitsen van zinloos geweld,
doorboren kreten van pijn mijn gehoor.
Zien mijn ogen herders en wijzen,
die Hem prijzen en aanbidden,
maar voel ik ook de onderdrukking
van al die mensen, die smachten naar vrijheid en geluk.
Beluister ik in alle stilte het zuchten,
en de verbaasde vraag van het Kind: Waarom?
Peinzend over Kerst in deze tijd,
lees ik de woorden die mij dan verschijnen:
“Vrede op aarde en een Zalige Kerst”.

Goede Vrijdag

Bespot, beschimpt en geslagen,
op de Schedelberg aan het kruis genageld,
een vreedzaam mens ter dood gebracht,
de laatste woorden sprak Hij zacht,
dan dood en naar het graf gedragen.

Slechts het lege kruis blijft leeg en verlaten,
de druppels bloed door de aarde opgenomen,
nog wat resten van wat zijn kleding was,
de vele voetsporen rond de donkerrode plas,
de menigte is weg, die Hem toen haatten.

In de stilte en donkerte van het graf,
gewikkeld en gebalsemd liggend op steen,
eenzaam en door vrienden verlaten,
heeft Hij het grootste wonder verricht,
doordat dat Hij voor ons Zijn leven gaf.

Paasmorgen

’t Is stil bij het graf
in het eerste morgenlicht.
Een vrouw alleen zoekt
naar Hem die Zijn Leven gaf,
en voelt een zucht van de wind.

Ik ben er weer

Sporen in het zand,
krassen op de Steen,
een teken aan de wand.

Ik zoek, ik tast:
waar is mijn Heer,
Hij lag toch hier?

Mijn hart doet zeer,
troebel is mijn hoofd,
mijn voeten volgen Zijn spoor,
de windsels op de grond,
de stilte treft mijn oor.

Ik keer me om,
zie het Licht, dat me veblindt,
en fluister waarom?
Dan voel ik Zijn Hand,
Zijn Liefde alom.

Hij is opgestaan,
mijn Heiland, mijn Heer,
spreekt ons met Leven aan,
het vlees geworden woord:
“Ik ben er weer!”

Hemelvaart

In oneindige rijen traden ze naar voren,
volkeren, natiën, ontelbare menigten, een grote mensenzee.
Geen enkeling, hoe nietig ook ging verloren,
ieder kind, elke man en elke vrouw liep mee.
Gehuld in witte gewaden,
zwaaiend met palmtakken naar Hem,
die men zag met de kroon,
werd toegejuicht en geëerd
om Zijn grote daden en om Zijn woord.

En engelen stonden rondom Zijn troon,
terwijl de schare zich boog voor Zijn aangezicht
en zongen van Zijn almacht en Zijn kracht,
werd de menigte opeens helder verlicht,
werd hun pijn der verdrukking verzacht,
om uiteindelijk het ware geluk te voelen,
Jezus’ liefde voor elk mens,
als de echte bron van eeuwig leven.

Vieren gebeden

Blij met Pinksteren 

Ik ken geen angst en geen vrees,
als God de Heer bij mij is,
omdat Jezus uit de dood verrees,
want zonder Hem huil ik om het gemis.
Kijk ik naar de Hemel hierboven,
om een teken van Zijn Hand,
dan kan ik Hem slechts loven,
als ik ga naar ’t beloofde land.
Mijn God die met Zijn Geest,
mij bemoedigt en omarmt,
Zich openbaart met ’t Pinksterfeest
en zo met Zijn Liefde mij verwarmt.

Johannes op Patmos

Johannes, broeder en deelgenoot,
Vervolgd en alleen gelaten,
in volharding gebleven,
in eenzaamheid op Patmos,
Zijn woorden opgeschreven:
Hij is de alfa en de omega.
Ik hoorde achter me een stem als een bazuin,
En Hij noemde me bij mijn naam.
Om me te laten schrijven,
wat ik zou aanschouwen.
Ik keerde me om en zag zeven kandelaren,
Met in het midden de Mensen Zoon.
Omgord met een gouden gordel
En een prachtig gewaad.
Hij sprak tot mij met betoverende kracht
Met in zijn hand
een tweesnijdend zwaard:
“Wees niet bevreesd,
Ik ben de alfa en de omega!”

patmos

Johannes op Patmos

Ik zie een wolk

Een wolk omvat mij
licht omhult heel mijn wezen
ik ben niet bevreesd
Het is zoals Jezus zei
Ik zie Gods glorie alom!

Toon me Uw glorie
Uw schoonheid raakt zo mijn hart
Uw Heil omgeeft mij
Altijd wil ik bij U blijven,
dat is waar ik hoor te zijn.

Vieren - doop

Geboortegedicht

Het wonder door God gegeven,
de geboorte van jouw leven,
Woorden komen we te kort.
Daarom enkel: Dank U, God.

God bracht ons jou

Zachtjes fluistert de wind je naam,
langs de wolken kun je ’t horen.
God bracht ons tesaam,
doordat jij werd geboren.

peter van heiningen©

Share Button
Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *