7 Redenen om niet alles van het formatieplaatje te geloven

De geschatte leestijd voor deze post is 380 seconden

Woensdag 31 mei was een bijzondere datum Voor het eerst hoorde ik over de hybride leraar. Een soort leraar op een elektrische turbo fiets, die over de snelweg mag. En deze dagen wachten duizenden leraren met smart op het formatieplaatje van volgend jaar. Mag ik blijven, moet ik naar een andere school, of mag ik helemaal opkrassen. Om niet in de war te raken met de kabinetsformatie, noemen besturen en directies dit ‘het formatieplaatje‘ voor volgend jaar.

Formatieplaatje nadelig voor leraren

Treffend waren de woorden van de Verpauperde Leraar op Twitter:

formatieplaatje

Misschien verwacht je het niet, maar helaas heeft hij gelijk. De formatie van scholen/besturen is vooral een pokerspel met mensen. Maar uiteindelijk gaat het altijd weer om geld. Directies/besturen willen vooral quitte spelen met al het geld wat bedoeld is voor personeel. En het liefst voldoende overhouden.
Het zou goed zijn, als toegekende gelden op basis van leerlingenaantallen weer geoormerkt worden:

  • zoveel moet je gebruiken voor de groepen,
  • zoveel mag je maar gebruiken voor ambulante taken,
  • zoveel mag je gebruiken voor overhead,
  • zoveel mag je gebruiken voor gebouwen, leermiddelen, etcetera.

Het is wel gebleken, dat de bevoegde gezagen (ten onrechte) vooral beknibbelen op de bemensing van de groepen. Zelf heb ik er altijd voor gekozen, dat de groepsformatie boven aan stond. Pas daarna de rest en aan het eind mijn eigen ambulante tijden.

7 Redenen om formatieplaatje kritisch te bekijken

In de maanden januari – april trekken directeuren zich vaak terug met het MT. Even zovele keren zie je de directeur naar het bestuursbureau vertrekken om daar allerhande zaken rond het formatieplaatje te bespreken. Pas als alles ‘in kannen en kruiken is’ mogen het team en de MR meekijken. Dat is voor mij veel te laat. Laat allereerst teams en MR meedenken in de plannen voor volgend jaar. Aan het eind van de rit de instemming vragen van de MR Personeelsgeleding is op zijn minst niet chique.

Hopelijk kun je met de volgende punten eens kritisch naar jullie eigen formatieplaatje kijken.

  1. De formatie voor volgend jaar:
    Deze is gebaseerd op het leerlingenaantal van 1 oktober van het jaar er voor. Dus weten besturen/directies al maanden wat de formatie zal zijn. Waarom dan pas in mei/juni het team mee laten praten?
  2. Je benoeming:
    Het maakt nogal wat uit of je een vaste of tijdelijke benoeming hebt. Of vervang je iemand wegens langdurige ziekte/zwangerschapsverlof? En wat is je toegezegd? Zorg er in het vervolg voor dat je toezeggingen zwart-op-wit hebt.
    Heb je een LB of LC benoeming uit monde van de Functiemix, dan mag je werkgever niet terugzetten naar LB, of LC. Ook al doe je minder taken.
  3. Je aangegeven voorkeuren:
    Veel collega’s mogen in januari aangeven wat hun 1e, 2e of 3e voorkeur is. Ook of men uitbreiding of vermindering van de taakomvang wenst. Daarnaast mag je eveneens bij een parttime baan voorkeur dagen aangeven.Natuurlijk begrijpt iedereen, dat niet alle voorkeuren gehonoreerd kunnen worden. Wel wordt het irritant, als altijd dezelfde collega’s hun zin krijgen. Ook in de verdeling over de dagen van de week.

    Gebeurt dat bij jou, neem er dan geen genoegen mee. De school moet een voor iedereen gelijk systeem hanteren. Daarbij kan een rooster van wisseling van dagen handig zijn.Als je een kei in de kleutergroep ben, maar je mist kwaliteiten om in de bovenbouw te werken, dan heb je wel een hele domme directeur, als jij opeens naar groep 7 moet. Zorg ervoor dat dergelijke zaken ook besproken worden in functionerings- en beoordelingsgesprekken. Dan staat het in ieder geval genoteerd wat je sterke en zwakke punten zijn.
  4. Mobiliteitsbeleid
    Veel scholen/besturen hanteren een mobiliteitsbeleid. Personeel van scholen die kleiner worden, kunnen vrijwillig (of verplicht) naar een andere school verhuizen. Bij zo’n beleid behoort tevens een gewenning- en kennismakingsperiode. Pas ik wel in dat team? Kan ik werken binnen dat andere systeem? Hoe vindt de begeleiding plaats? Vaak zijn het de jongste leraren, die moeten verhuizen. Dat is niet correct. Het gaat er om wat de school nodig heeft. Ook tijdelijke leraren zijn vaak het slachtoffer. Uiteindelijk gaat het er om of je een schoolbenoeming, of een bestuursbenoeming hebt. In het laatste geval behoort er een bestuurs-afvloeiingslijst te zijn.Alle personeelsleden dienen deze lijst in bezit te hebben. Het gaat dan om het totaal van dienstjaren in het onderwijs. Vaak deze lijst niet consequent gevolgd, omdat soms individuele belangen niet gelijk gehonoreerd worden .
  5. Ambulante tijden/banen
    Gaat de directeur eerst alle ambulante banen invullen en pas daarna de groepsverdeling maken? Of begint hij/zij met het laatste?
    Bij een fte-totaal van 30 is het niet nodig meer dan 3 fte’s te gebruiken voor ambulante taken, inclusief de directeur. Wordt er meer daaraan besteed, dan moet je als team(MR) hier kritisch op zijn. Kies je als team voor kleinere groepen, beter passend-onderwijs, of voor meer management? De keuze is aan jou en je collega’s. Een directeur van een school met minder dan 300 leerlingen kan onmogelijk de hele week ambulant zijn. Daar doet hij zijn team en de school ernstig te kort mee.
  6. Tijdelijke benoeming
    Iemand met een tijdelijke benoeming kan 1 keer hierop een verlenging krijgen. Daarna wordt het een vaste benoeming, of het bestuur heeft je tijdig op de hoogte gesteld van het niet verlengen ervan. Zegt het bestuur jouw tijdelijke benoeming tussentijds op, omdat men liever een ander heeft, dan is dat niet geoorloofd. Heb je een tijdelijke benoeming van 6 maand of langer en die na 31 januari 2015 is gestart, dan heeft het bestuur een opzegtermijn van 1 maand. Laat je in ieder geval niet van alles zo maar wijsmaken. Je hebt meer rechten, dan je wellicht denkt.
  7. Overheadkosten bestuur
    Tegenwoordig behoort elke school tot een grote(re) organisatie. Die grote organisatie is niet goedkoop. Een algemeen directeur verdient al snel € 150.000. Een manager personeelszaken rond de € 80.000. Kent de organisatie nog meer functies dan lopen de personeelskosten ervan al snel op. Daarnaast heeft de organisatie een kantoor en/of faciliteiten. Dat moet allemaal betaald worden. Al met al kunnen de kosten ervan oplopen tot een € 500.000 tot een € 1.000.000 per jaar. En weet je? Dat geld is allemaal afkomstig uit de vergoeding die het Rijk per leerling geeft. Wees daarom kritisch naar de verdeling van overheadkosten en de personele bezetting van de groepen in jouw school.

Je bestuur eet mee uit de ruif voor de klas

Helaas constateer je nu, dat er veel geld verdwijnt uit de klassen. De algemeen directeur staat niet voor de klas. De personeelsmanager is altijd bezet. Je directeur is veel op pad.
Wees daarom kritisch als team. Houdt het formatieplan en het formatieplaatje eens goed tegen het licht. Laat niet veel anderen (liefst niemand) mee eten uit de ruif met hooi die voor de leerlingen is bedoeld. De leerlingen zijn er niet voor de organisatie. Er is werk voor jullie leraren dankzij de leerlingen. De organisatie dient vooral dienend te zijn. Pas als je dat in het formatieplaatje terug zit, dan heb je volgend jaar een fijn schooljaar. Heel veel succes.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen met het formatieplan voor volgend jaar. Reacties worden erg op prijs gesteld. Delen van dit bericht mag natuurlijk.

 

Share Button
Print Friendly
4 comments on “7 Redenen om niet alles van het formatieplaatje te geloven
  1. Allemaal waar Peter!
    En we roepen het al jaren. Ik ook. En we doen er niks aan. Te bang, te dom, te laf, te weinig invloed? Verzin maar een reden.
    Een prima blog, dat ook weer verdwijnt tussen al dat andere geroep in de woestijn.




    0



    0
  2. Het niet plaatsen van een onderbouw leerkracht in groep 7 omdat het kwaliteiten mist vind ik geen goed argument. Je bent bevoegd voor groep 1-8. Natuurlijk kost een groepswissel energie en moet je flink investeren om er wederom je draai te vinden, maar het is niet onmogelijk. Ik erger me juist aan de collega’s (soms zelfs met een LB schaal) die jaar op jaar maar in hetzelfde lokaal met dezelfde homogene groep zitten omdat ze geen ‘affiniteit’ hebben met een ander leerjaar of een combigroep. Hoe langer je wacht met wisselen hoe lastiger het wordt.
    Blog verder zeker herkenbare (frustrerende) dingen.




    0



    0
    • Dank je voor je reactie.
      Ik vroeg altijd tijdig, wie er wilde wisselen.
      Als dat iemand was, die weinig ervaring en kennis had over een andere bouw, dan werd deze positieve collega tijdig ingewerkt. Meedraaien in de toekomstige groep, tijd voor inlezen e.d. Deze collega kreeg dan vrije uren om dat te doen. Op die manier hield je ook de werkdruk in de hand.




      0



      0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *